Artikelen

Interview met Martin Fondse
uit: de Volkskrant, september 2012
.

 

Door programmamaker Jaïr Tchong

 

Voor Martin Fondse (Tholen, 1967) is componeren een levensbehoefte en de Italiaanse vibrandoneon een uitkomst voor een pianist die het liefst onder alle omstandigheden kan spelen.

 

Paradiso, bovenzaal, een snikhete zomeravond eind juli. Voor het concert van de uit Timboektoe, Mali afkomstige bluesgitarist Samba Touré heeft zich spontaan een all star ensemble van zwaargewichten uit de Nederlandse muziek aangemeld: cellist Ernst Reijseger, multi-instrumentaliste en zangeres Fay Lovsky en componist en pianist Martin Fondse. Tijdens een langgerekte bluesjam stapt Fondse ineens, vlijmscherp getimed, naar voren, voor een zielklievende solo op een wonderschoon, zeldzaam instrument: de vibrandoneon. Een Italiaanse vinding, ergens tussen de melodica (plastic blaasinstrument met toetsenbord) en de bandoneon (familielid van de accordeon, beroemd vanwege de tango). Etherisch in het hoog, bijna als een klassiek strijkinstrument; gruizig en vuig in het laag, passend bij het gemoed van deze Malinese blues nacht.

 

Fondse is een enthousiast pleitbezorger van de vibrandoneon, die in zijn studio aan de Brouwersgracht ligt te pronken onder een spotje. Fondse: “Ik heb het instrument leren kennen via Søren Siegumfeldt, de saxofonist in mijn groep Starvinsky Orkestar. Pianisten kunnen nooit een noot aan laten zwellen – of alleen via suggestie. Met een aangeblazen toon kun je dynamisch vanuit niks naar honderd. Dat vond ik altijd al fenomenaal: klank die zo dicht bij de menselijke adem ligt. Dit instrument klinkt geweldig met strijkers en blazers, en geeft je als pianist maximale wendbaarheid.”

 

Het hybride klankbeeld van de vibrandoneon mag symbool staan voor de veelzijdige Martin Fondse, die op vele fronten tegelijk actief is en zich bovendien weinig gelegen laat liggen aan archaïsche begrenzingen tussen gecomponeerde en geïmproviseerde muziek, en tussen jazz, pop en wereldmuziek. Starvinsky Orkestar is Fondse’s eigen ensemble, maar daarnaast manifesteert hij zich in talloze andere combinaties, zoals Testimoni (met trompettist Eric Vloeimans en het Matangi Strijkkwartet) en componeert hij voor nationale en internationale ensembles en orkesten van faam. Komende zaterdag speelt hij in het Bimhuis met XL Jazz, het in 2003 tijdens Buitenkunst ontstane leerorkest dat Fondse sinds 2009 begeleidt.

 

Opgroeiend in het gereformeerde Tholen (Zeeland) leerde Fondse al op jonge leeftijd barokmeesters zoals Bach en Allegri waarderen, en helden van de oude muziek zoals Palestrina. Het gereformeerde wereldbeeld speelt geen verdere rol in Fondse’s leven, maar de muzikale vonk ontstond daar. Fondse: “Alleen met Kerstmis en Pasen had je ineens twee trompettisten naast het kerkorgel staan, bij wijze van opluistering. Orgelmuziek is voor een kind saai, maar die verrijking van klank vond ik magisch.”

 

De vele muzikale oriëntaties van Fondse verraden een omnivore muzikale geest. De samenhang van al zijn activiteiten in de gecomponeerde en geïmproviseerde muziekwereld is voor hemzelf volkomen natuurlijk. Fondse: “Voor mij werkt het om juist ook in extreme, complexe, gecomponeerde delen improvisatie een rol te laten spelen. Je brengt dan wat je geleerd heb met je intuïtie samen in één moment, en als je goed getraind bent heb je als musicus genoeg materiaal waarmee je jezelf kunt uiten. Als je nieuwsgierig bent en de intuïtie toelaat kun je ook nog op plaatsen terecht komen die je niet van tevoren hebt bedacht als componist. Dáár gebeurt voor mij de muziek.”

 

De tiende editie van XL Jazz is de vierde onder artistieke leiding van Fondse. XL Jazz is ontstaan als talentontwikkelingsproject van Stichting Buitenkunst (zomercursussen in de natuur voor allerlei kunst disciplines, red.) en blijkt al jaren een succes. In tegenstelling tot andere onderdelen van Buitenkunst werkt XL Jazz met audities. Fondse: “Het is een uniek project, omdat je een week lang zeer intensief werkt, resulterend in concerten in niet de minste zalen.”

 

Voor deze speciale editie werkte Fondse samen met aparte sessieleiders van naam voor elke instrumentgroep, zoals violist Jasper Le Clerq voor de strijkers. Fondse: “Eigenlijk doe ik met deze groep hetzelfde als met mijn professionele ensembles, zonder aanpassingen voor ‘amateurs’. Voor jonge musici is werken volgens dit model van onschatbare waarde: zo doen ze hun eerste stappen op professionele podia, en ervaren zij de magie van wat er gebeurt als je zó intensief en onder tijdsdruk werkt.”

 

Zoals alle kunstprojecten met ‘productiehuisfunctie’ wordt ook XL Jazz bedreigd door de grootschalige sanering in de subsidies. Fondse: “Op de langere termijn zal het wel weer een nieuwe vorm krijgen, maar voor de komende jaren maak ik me echt zorgen. Een kritische herwaardering van subsidies is altijd goed, maar de snelheid en de vorm waarmee het nu gaat is ongezond. XL Jazz is een aantoonbaar werkend model van talentontwikkeling, en qua genrekeus voor jazz en world uniek in Nederland.”

 

[kadertekst]
De vibrandoneon komt uit een befaamde accordeonfabriek in Italië, en is afgeleid van een houten accordeonlijn. Fondse: “Alle tongen en het loopwerk is van goede kwaliteit, en er zit een feature van twee registers op. Dus je kan combinaties van hoog en laag maken, daarmee krijg je dat bandoneonachtig geluid. Zo heb ik meer kleuringsmogelijkheden, en daarmee mogelijkheden voor expressie. Ik heb in de vibrandoneon echt iets gevonden dat ik in de piano niet had.”